|
Milieudefensie is een milieuorganisatie met campagnes rond binnen- en buitenlandse thema's. Samen met overheden, bedrijven en betrokken burgers zoekt Milieudefensie naar oplossingen. Als praten niet helpt, volgen acties. Samen met zoveel mogelijk mensen en altijd constructief en geweldloos. Dankzij ruim 85.000 leden en donateurs kan Milieudefensie onafhankelijk werken.
Club van Rome
Niet actievoerders maar wetenschappers staan aan de wieg van Milieudefensie. Begin jaren zeventig schudde de Club van Rome, een internationale groep gezaghebbende wetenschappers en grootindustriëlen, de wereld wakker met een onheilspellende boodschap: als de mensheid geen maatregelen zou treffen tegen de bevolkingsexplosie, milieuvervuiling en verspilling van grondstoffen, zou haar een verstikkende toekomst wachten vol honger en ellende.
Deze waarschuwing maakte grote indruk, ook in Nederland, want de keerzijde van onze welvaart begon zich steeds duidelijker af te tekenen: er zat geen vis meer in de rivieren, de binnensteden slibden dicht met auto's, de stranden lagen vol teer en overal rukten bebouwing en rokende schoorsteenpijpen op.
Raad van Milieudefensie
Tegen deze achtergrond richtte in Nederland een groep verontruste personen op 6 januari 1971 de Raad voor Milieudefensie op. Het was een erudiete club. In het adviescollege zaten twaalf professoren. De oprichting werd bezegeld met de uitgave van de 'Blauwdruk voor overleving', een vertaling van de 'Blueprint for survival' van het Engelse maandblad The Ecologist. Het werd gedrukt op de allereerste partij kringlooppapier, speciaal vervaardigd op verzoek van Milieudefensie bij papierfabriek Van Gelder.
Ondanks dit wat elitaire begin groeide Milieudefensie binnen de kortste keren uit tot een grassroots organisatie: open en democratisch, met haar wortels in de samenleving. Eind 1972 had Milieudefensie achtduizend leden en werd zij officieel een vereniging. Ook werd zij het Nederlandse lid van het (eveneens in 1971 opgerichte) mondiale milieunetwerk Friends of the Earth International.
Jaren zeventig OliecrisisVeel acties uit de begintijd zijn ruim een kwarteeuw later merkwaardig genoeg nog steeds (of opnieuw) actueel. Zo voerde Milieudefensie na afloop van de oliecrisis in 1973 actie voor een maandelijkse autoloze zondag. Voor deze 'Zonderdag' wist zij maar liefst 160 duizend handtekeningen op te halen.
De actievoerders van toen konden niet vermoeden dat het nog dertig jaar zou duren voor er onder hernieuwde druk van Milieudefensie zo'n autovrije dag zou komen - vooralsnog eenmaal per jaar, in Europees verband.
Vijfde Baanbos
Ook deed Milieudefensie al begin jaren zeventig mee aan het verzet tegen de aanleg van een vijfde baan van Schiphol, nota bene met de aanleg van een bos: het Vijfde Baanbos. In 1972 had de luchthaven al grootse plannen: groei naar 60 miljoen passagiers per jaar. Zover is het gelukkig nog niet gekomen, vandaag de dag vervoert Schiphol 'slechts' 40 miljoen passagiers.
De plannen voor een vijfde baan werden in de ijskast gezet maar doken begin jaren negentig weer op. Opnieuw plantte Milieudefensie een actiebos aan, het Bulderbos, op de plek van de toekomstige baan. Jarenlang vormde dit bos voor Schiphol een onaangenaam obstakel. Pas eind 2001 werd het Bulderbos onteigend. Kort daarna moest Milieudefensie het opgeven. De vijfde baan - de Polderbaan - is inmiddels een feit en zorgt zoals voorspeld voor lawaai- en milieuoverlast in de wijde omgeving.
Borssele en KalkarIn 1972 diende Milieudefensie 2500 bezwaarschriften in tegen de opening van de kerncentrale in Borssele - ook nu houdt de centrale weer de gemoederen bezig. Verder voerde Milieudefensie in de beginjaren actie voor een schone Rijn en ageerde zij tegen de afsluiting van de Oosterschelde en de bouw van de kerncentrale in Kalkar (Duitsland). Met succes: de Rijn werd schoner; de Oosterschelde kreeg zijn befaamde stormvloedkering; de kerncentrale in Kalkar werd nooit in gebruik genomen - het is nu een pretpark.
Een bescheiden maar opmerkelijk succesverhaal is de ja/nee-brievenbussticker tegen ongewenst reclamedrukwerk. Milieudefensie heeft de sticker van 1976 tot heden vrijwel ononderbroken onder de aandacht gebracht en op grote schaal verspreid.
Jaren tachtig Zoutkoepels
Tot diep in de jaren tachtig voerde Milieudefensie met andere actiegroepen vastberaden actie tegen kernenergie en kernafval (en vóór duurzame energie). Door deze acties zag de regering af van de bouw van nieuwe kerncentrales en de opslag van radioactief en chemisch afval in zoutkoepels. Het ging er soms hard aan toe. De demonstratie bij de kerncentrale van Doodewaard in 1981 liep uit op een veldslag tussen demonstranten en de mobiele eenheid (vijftien jaar later werd de kerncentrale alsnog gesloten). Ook de actie voor het behoud van het bos bij Amelisweerd (1982) eindigde met een venijnig politieoptreden.
Stoffig imago
In de jaren tachtig nam de belangstelling voor het milieu af. De aandacht ging uit naar het vredesvraagstuk, de bezuinigingen (Bestek '81) en de werkloosheid. Actiegroepen voor het milieu raakten 'uit', mede door hun wat stoffige imago. Ondanks verontrustende berichten over de kap van het regenwoud, bossensterfte door zure regen en het gat in de ozonlaag, zag Milieudefensie haar aanhang slinken.
Het keerpunt kwam in 1986 met de ramp in Tsjernobyl. De wereld moest met een schok het gelijk erkennen van de mensen en organisaties die al jaren voor ongelukken met kerncentrales hadden gewaarschuwd. Het milieu stond weer enkele jaren in de belangstelling en het ledental van Milieudefensie verdubbelde.
Nieuw elan
Milieudefensie voerde in deze jaren onder meer actie tegen ozonlaag-aantastende cfk's in spuitbussen, tegen PVC in verpakkingen (bron van giftige dioxinen bij verbranding) en het cadmium in gele bierkratjes. Wat betreft de kratjes geldt 'beter laat dan nooit': eind 2003 is eindelijk de beloofde recycling op gang gekomen waarbij het cadmium uit het plastic wordt teruggewonnen.
Verder stond Milieudefensie op de bres voor het behoud van het regenwoud, schone landbouw, groene stroom en recycling.Om zure regen tegen te gaan kwamen er acties voor minder en schoner autoverkeer en stonden actievoerders bij Shell op de stoep.
De glasbak, de verplichte katalysator op de auto en het wereldwijde verbod op cfk's vormen onder meer de oogst uit deze succesvolle tijd.
Om de hoek
Bij haar acties werd Milieudefensie gesteund door een groeiende groep lokale afdelingen, die bovendien aandacht besteedden aan milieuproblemen 'om de hoek'. Ook de consument werd niet vergeten: via de in 1987 opgerichte MilieuTelefoon (in 1997 verzelfstandigd als MilieuCentraal) beantwoordden medewerkers duizenden milieuvragen per jaar. In hetzelfde jaar verhuisde de vereniging van haar krappe behuizing aan het Amsterdamse Tweede Weteringplantsoen naar Damrak 26 en vandaaruit in 2005 naar het huidige pand in de Nieuwe Looiersstraat (ook in Amsterdam).
Zorgen voor Morgen
Het alarmerende rapport 'Zorgen voor Morgen' (1988) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) drukte Nederland met de neus op de feiten: scherpe maatregelen waren nodig om voor komende generaties een goed milieu achter te laten. Het jaar daarop presenteerde de Nederlandse regering het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP), dat beterschap beloofde tot in de jaren 2000 en 2010. Papieren maatregelen waarvan de meeste in diepe laden zijn beland.
Jaren negentig Actieplan Nederland Duurzaam
Milieudefensie stippelde ook zelf wegen uit naar een duurzame toekomst. Bijvoorbeeld in het 'Actieplan Nederland Duurzaam' (1992). Daarin werd voor het eerst op een rij gezet hoe ieder mens op aarde een behoorlijke welvaart kan genieten, zonder aan volgende generaties een uitverkochte natuur en een uitgewoond milieu na te laten. Het Actieplan vond zijn weg over de hele wereld en beïnvloedde het denken over milieubeleid in landen binnen en buiten de Europese Unie. Begin 1995 kwam onder auspiciën van Milieudefensie de Europese versie van het Actieplan gereed.
ProfessionaliseringDe jaren negentig gaven een professionalisering van de milieubeweging te zien. In negatieve zin dook de term 'beroepsactivisten' op wanneer het ging over clubs als Milieudefensie en Greenpeace. Maar de meeste mensen erkenden dat het milieubewustzijn dat in alle geledingen van de maatschappij was ontstaan, met deskundigheid en vasthoudendheid moest worden geprikkeld om oplossingen te bereiken. Het vertrouwen van de burger in natuur- en milieuorganisaties bleef groot. Het ledental van organisaties steeg tot recordhoogte.
Distributieland
Bij de politiek zakte het milieu in de jaren negentig echter ver weg op de agenda. De opeenvolgende Paarse kabinetten lieten de milieuzorg geleidelijk over aan de marktwerking. 'Een goed milieu begint bij jezelf', zo hield de overheid iedereen in reclamespotjes voor. Maar zelf gaf zij het slechte voorbeeld.
De met de mond beleden aanpak van het broeikaseffect kwam niet verder dan een te vrijblijvende handel in 'emissierechten'. Door Nederland uit te roepen tot distributieland zette Paars een koers in waarbij een schone, prettige leefomgeving ondergeschikt werd gemaakt aan economische groei. Vooral van de transportsector verwachtte men veel heil. Met de hoogconjunctuur in de rug werden oude, achterhaalde plannen voor megaprojecten ter hand genomen (Betuwelijn, Afrikahaven, A73 en A4). Pogingen het autoverkeer te beperken, gaf het kabinet openlijk op. Het openbaar vervoer werd voor een aanzienlijk deel aan de grillen van de markt prijsgegeven, met als gevolg een platteland dat zonder auto nauwelijks toegankelijk is.
Mainport SchipholVan Schiphol wilde de regering een 'mainport' maken - behorend tot de top vijf van Europese luchthavens. Milieudefensie stelde zich teweer tegen dit plan. Vliegen is de meest vervuilende vorm van vervoer en een groter Schiphol veroorzaakt domweg te veel lawaaioverlast en veiligheidsrisico's. In 1993 startte Milieudefensie de campagne 'Schiphol is groot genoeg' om de uitbreiding van de luchthaven binnen het aanvaardbare te houden. Ook nu zet Milieudefensie zich nog in voor fatsoenlijke milieugrenzen aan het vliegverkeer. Samen met omwonenden heeft zij een stevige positie verworven. Vroeg of laat zal de luchthaven, mogen we hopen, als een normaal bedrijf behandeld (en in toom gehouden) worden.
Meer samenwerking
Zoals gezegd ontbrak het in de jaren negentig niet zozeer aan milieubewustzijn, maar des te meer aan daadkracht. Daardoor veranderde de rol van de milieubeweging. Voorlichting en bewustmaking werd minder nodig. In plaats van actie te voeren tégen vervuiling en vervuilers, kwam het accent te liggen op campagnes vóór duurzame alternatieven: biologische producten, duurzaam geproduceerd hout, recycling, energiebesparing enzovoort. Daarom richtte Milieudefensie zich vaker op het bedrijfsleven, dat enthousiast moest worden voor deze alternatieven.
VoorlopersEen mijlpaal was het convenant dat Milieudefensie in 1993 sloot met de aardappelsector om het gifgebruik te verminderen. In de campagne Hart voor Hout ging zij een succesvolle alliantie aan met bouwmarkt Gamma om over te schakelen op hout uit duurzaam beheerde bossen (met FSC-keurmerk). In het kielzog van Gamma schaarden meer bedrijven zich achter duurzaam bosbeheer.
Met Philips maakte Milieudefensie in 1997 afspraken over het recyclen van elektrische apparaten. Zelfs met Schiphol zat Milieudefensie in 1999 rond de tafel in het zogenaamde TOPS-overleg. Helaas bleef resultaat daar uit.
Nieuwe ontwikkelingen Brede beweging
Kort na de eeuwwisseling maakte Milieudefensie belangrijke veranderingen door. Begin 2000 ging een fusie met Stichting Natuur en Milieu op het laatste moment niet door, voornamelijk vanwege financiële onzekerheden. Milieudefensie besloot vervolgens de 'brede milieuorganisatie' die de gewezen fusiepartners voor ogen stond, zelf gestalte te geven. Milieudefensie koos voor activiteiten waar het 'samendoen met mensen' voorop staat. Dit om de politiek te laten zien dat véél mensen kiezen voor groen.
Groene ruimteBehoud van de groene ruimte is sinds 1999 een belangrijk actiepunt (Trek de Groene Grens). Nederland slibt dicht met wegen, woonwijken en bedrijventerreinen. Eerst wist Milieudefensie de regering duidelijk te maken dat het open landschap beschermd moet worden. Met het schrappen van de plannen voor een enorm transportcentrum (MTC) in het rivierenland bij Nijmegen en het afblazen van een containerhaven (WCT) bij het Zeeuwse fossielenstrand De Kaloot, behaalde Milieudefensie in 2002 en 2003 mooie resultaten.
Maar sinds het aantreden van Balkenende (II) staan natuur en landschap meer dan ooit onder druk. Volgens de nieuwe Nota Ruimte (2004) mag bijna overal worden gebouwd. Aan de Ecologische Hoofdstructuur - een keten van natuurgebieden - wordt geknabbeld, maar peperdure prestigeprojecten, zoals de Tweede Maasvlakte en de magneetzweeftrein, blijven ondanks de economische recessie wél op het programma staan.
Nieuwe campagnes
In 2000 startte de campagne Landbouw en Voedsel, die meer EKO-producten (eten zonder gif) in de supermarkten bracht en fabrikanten (Bonduelle, Hak) over de streep trok om biologische producten op de markt te brengen. In hetzelfde jaar begon de campagne Globalisering en Milieu, die Nederlandse bedrijven aanpakt die in het buitenland het milieu aan hun laars lappen. Ook zit deze campagne instituten als de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie WTO op de huid.
Sinds 2001 is er de campagne Klimaat en Energie die de regering aanzet tot klimaatmaatregelen. De campagne Verkeer nam naast Schiphol en luchtvaart ook het autoverkeer en openbaar vervoer onder haar hoede. De nieuwe campagne Gevaarlijke stoffen ging eind 2003 van start met een knelpuntentour langs risicolocaties waar gevaarlijke transporten (chloor, ammoniak, lpg) plaatsvinden.
Jongeren
In 1999 is Milieudefensie nauw gaan samenwerken met de reeds bestaande jongerenorganisatie Jongeren Milieu Actief, die vooral scoorde met de CO2-besparingsactie The Bet en in 2004 de aandacht van jongeren vestigt op 'foute' artikelen met de actie Miss Koop.
BalkenendeDe kabinetten Balkenende blijken nóg minder oog voor het milieu te hebben dan de voorgaande Paarse regeringen. Afbraak van het openbaar vervoer, bezuinigingen op duurzame energie, onverminderde steun aan de bio-industrie en vogelvrijverklaring van natuur en open ruimte zetten de toon. In veel opzichten wordt onder Balkenende de milieuklok twintig, dertig jaar teruggezet. Voor Milieudefensie was 2003 dan ook een buitengewoon druk actiejaar - met als topper de campagne voor beter openbaar vervoer die 120 duizend handtekeningen opleverde. Het aantal leden en donateurs is de laatste jaren flink gegroeid: van 43 duizend begin 2000 tot ruim 70 duizend begin 2004.
Globalisering
Ook het internationale milieubeleid verkeert in een flinke crisis. De wereldwijde klimaatafspraken van het Kyoto-protocol vervagen door het dwarsliggen van met name de VS - juist nu de bewijzen zich opstapelen dat de mens het klimaat sterk verandert en daardoor talloze dier- en plantensoorten bedreigt. Milieuwetten raken ondergeschikt aan handelsbelangen. Tekenend was de duurzaamheidsconferentie van de Verenigde Naties (VN) in Johannesburg (zomer 2002), bedoeld om spijkers met koppen te slaan op het gebied van duurzame ontwikkeling. Het werd een beschamende promotieweek voor vrije wereldhandel. Gelukkig groeit wereldwijd weer verzet tegen de uitverkoop van de aarde en van de mensenrechten: de anders-globaliseringsbeweging.
Milieudefensie loopt natuurlijk wéér mee in de voorhoede - principieel constructief en geweldloos.
|