.
Nebucchadnezzar
Opera Nabucco   ·   Nebucchadnezzar   ·   Giuseppe Verdi   ·   Johanni van Oostrum   ·   Ernst-Daniel Smid   ·   Jan Stulen   ·   Henk Poort   ·   Janice Dixon   ·   Margaret Roest   ·   Henk Smit   ·   Rudi de Vries   ·   Winfried van Wijk   ·   Francis van Broekhuizen   ·   Amand Hekkers   ·   Maaike Poorthuis   ·   Cox Habbema    


Nabucco: een beschouwing van de man, de mens, de tijd en de opera
Auteur: Ernst Daniël Smid

Nebucchadnezzar Nabuccodonosor Nabucco

Nabucco of Nabuchadnezzar II is direct familie van Nabucchadnezzar I.

Al op jonge leeftijd kreeg hij koninklijke en politieke taken toegewezen en was hij eeuwig en altijd in oorlog met Egypte. Hij onderwierp Syrië aan zijn gezag en na verloop van tijd zette hij zijn zinnen op Jeruzalem. Op 15 januari 588 voor Chr. belegerde hij de stad die onder leiding stond van Zekedia (Sidkia). Hij had namelijk gehoord dat Zekedia een verbond had gesloten met zijn aartsrivaal, de Egyptische Farao Apies. Samen met Apies had Zekedia het plan opgevat om Babylon te veroveren en die heidenen een lesje te leren. Dit ondanks Zekedia's trouwe belofte van vriendschap aan Nebucchadnezzar II. Immers Zekedia kreeg de heerschappij over Jeruzalem nadat Nebucchadnezzar koning Jojakin had afgezet. Aanvankelijk veroverden Zekedia en Apies de stad Tyros die zich bij hen aansloot om Babylon te veroveren.

Maar lang duurde dit allemaal niet want Nebucchadnezzar sloeg genadeloos toe, dreef ze terug en belegerde op zijn beurt Tyros. Inmiddels was de veldheer van Nebucchadnezzar de stad Jeruzalem genaderd en belegerde deze. De stad raakte uitgehongerd en koos eieren voor haar geld en liet zich overmeesteren. De wegvluchtende bewoners, althans een deel daarvan, werden bij Jericho in de kraag gevat en meegevoerd naar Babylon waar Nebucchadnezzar hen zelf berechtte. De aanvoerder Zekedia moest toezien hoe voor zijn ogen zijn zoons vermoord werden, waarna Nebucchadnezzar hem persoonlijk de ogen uitstak. In ketens werd de blinde Zekedia door Babylon gereden waarna ook hij werd gedood. Vervolgens liet hij de vermoorde Zekedia met alle staatseer begraven. Een maand daarna plunderden de troepen van Nebucchadnezzar Jeruzalem en dat gebeurde grondig. De tempel en alle huizen werden platgebrand en de stadsmuren neergehaald. Het volk werd naar Babylon gedeporteerd en deels vermoord. De armen onder hen werden door Nebucchadnezzar, vreemd genoeg, gespaard en kregen een stuk land toegewezen waar ze konden overleven. Als dank voor de bewezen diensten kreeg de kleinzoon van de man die hem getipt had over de plannen van Apies en Zekedia het gezag over de resten van Jeruzalem toegewezen. Maar lang heeft hij daarvan niet kunnen genieten, want in oktober 586 voor Chr. werd hij samen met al zijn troepen door ene Ismaele vermoord, in opdracht van de Ammonietenkoning Baalis. Ismaele wilde als trofee de joden, waaronder de koningsdochter, naar de Ammonietenkoning meenemen en deporteren, maar vond ene Johanan op zijn weg. De overmacht was te groot en de gevangenen liepen met open armen over naar Johanan. Ismaele kon net nog het vege lijf redden en sloeg op de vlucht. Maar Johanan had ook geen idee waar hij met al die gevangenen naartoe moest, was bang voor represailles van Nebuchadnezzar en vluchtte met alle gevangenen, waaronder ook de profeet Jeremia, naar Egypte. In mei 585 voor Chr. vertrok Nebucchadnezzar naar Klein Azië op een vredesmissie. (Dit was waarschijnlijk de tijd waarin het gevecht om de troon tussen Fenena en Abigaile plaatsvond!)


Zaccharias
De andere hoofdrol in Nabucco is weggelegd voor Zaccharias. Zowel hij alsook zijn vrouw waren afstammelingen van Aaron. Een vreemd verhaal. De man, woonachtig in Judea in En Kerem, heet thans Ain Karim, bij Jeruzalem, is bekend uit de Bijbel als vader van Johannes de Doper. Samen met zijn vrouw Elisabeth kon hij geen kinderen krijgen en kinderloosheid werd in die tijden, zeker als het een dienaar van God betrof, een priester van de tempel, gezien als een straf van God. In plaats van zijn geloof te vallen werd Zaccharias zelfs strakker en overtuigder in de leer. Deze beproeving en de houding van het echtpaar werd uiteindelijk beloond. Tijdens een gebed in het heilige der heilige van de tempel verscheen hem een engel. Deze gaf aan Gabriël in eigen persoon te zijn, met een boodschap van God. Ze zouden een zoon krijgen en moesten hem Johannes noemen. Maar Zaccharias geloofde zijn ogen en oren niet en vroeg om een teken en Gabriël bediende hem op zijn wenken: Zaccharias zou zijn spraakvermogen gedurende de zwangerschap verliezen. En inderdaad, toen Elisabeth zwanger werd verloor de man zijn spraak. Toen de kleine werd geboren kwam op de dag van diens circumcisie (8 dagen na de geboorte) ook direct Zaccharias spraak weer terug. Ergens is het een raar verhaal en het is de vraag of Zaccharias waar ik het over heb wel dezelfde is als welke Verdi ten tonele voert. Immers geschiedkundig ligt er een tijdskloof van 5 eeuwen tussen Nabucco en de geboorte van Christus. Maar zoveel Zacchariassen komen er in de bijbel niet voor en aangezien Verdi toen een hartstochtelijk bijbellezer was, zal hij deze persoon als overdrachtelijk hebben geïnterpreteerd.(?) Elisabeth, een vrouw op leeftijd, werd wonderbaarlijk zwanger en kreeg op een dag bezoek van haar veel jongere 16 jarige nichtje. Ook zij blijkt wonderbaarlijk zwanger. Haar naam? Maria. En stel je daarbij een zwijgende Zaccharias voor die beide vrouwen bekijkend ontroerd raakt over de machten van zijn Heer. In deze "stille" tijd maakte hij het "Benedictus", dat nu nog steeds een belangrijk onderdeel is in de gebeden. Johannes de Doper die het Oude Testament afsluit en Jezus die het Nieuwe testament opent samen in twee buiken in dezelfde ruimte. Volgens overleveringen uit de 3e eeuw werd Zaccharias, tijdens de roemruchte kindermoorden in Bethlehem en Jeruzalem in de tempel vermoord. Hij weigerde de verblijfplaats van zijn zoon prijs te geven aan de moordenaars. Zijn hoofd wordt als relikwie bewaard in de Laternasbasiliek in Rome.

Ismaele
Geboren volgens Genesis (Oude Testament) uit Abraham en een slavin (Hagar) die Abraham cadeau kreeg van zijn vrouw Sara, omdat zij zelf geen kinderen kon krijgen. Ismaele was de oudste zoon van Abraham. Maar toen Hagar zwanger was van Abraham en Ismaele verwachtte stuurde Sara haar in een vlaag van jaloezie de woestijn in, waar Hagar een engel verscheen. Deze sommeerde haar terug te keren naar Abraham en ze schonk daar het leven aan Ismaele, wat "God luistert" betekent. Bovendien beloofde God dat Ismaele stamoudste zou worden van een eigen volk (dit zou het Arabische volk worden). Maar ook bij Sara gebeurde een wonder: ze werd zwanger. Ze baarde een zoon, Isac. Weer kwamen er conflicten en Hagar en Ismaele werden wederom de woestijn in gejaagd door Sara. Toen de watervoorraad op raakte legde Hagar haar zoon onder een struik en ging een stukje verderop liggen om te sterven. Volgens de geschriften hoorde God (God luistert) Ismaele huilen en droeg Hij Hagar op haar zoon op te pakken en verder te trekken. Hij liet op die plek in de woestijn een waterbron ontspringen en moeder en zoon konden gesterkt verder. Volgens Genesis werd Ismaele een grandioos boogschutter en bracht de rest van zijn leven in de woestijn door. Mama Hagar regelde een Egyptische vrouw voor hem. Ismaele, de stamvader van de Arabieren, werd volgens de bijbel 137 jaar oud.

In de Koran wordt Ismaele ook als zoon van Abraham erkend en is daar tot profeet verheven. Volgens de Koran werd Ismaele bijna door zijn vader geofferd maar op het nippertje gered. De bereidheid van Abraham om zijn zoon aan zijn God te offeren vieren de Islamieten met het jaarlijkse offerfeest. (Hier zijn parallellen met het christelijke Abraham-Isac verhaal goed te zien). In de Koran werden moeder en zoon door God bevolen de woestijn in te gaan en bereikten tenslotte Mekka. De radeloze zoektocht van mama Hagar resulteerde hier in een bron die spontaan en vooral miraculeus ontstond in de woestijn. Die bron heet Zamzam. Ismaele hielp zijn vader Abraham om de Ka'aba (het huis van Allah) te herbouwen in Mekka die lange tijd daarvoor door Adam was gebouwd maar totaal vervallen was geraakt.
Volgens de Islam ligt Ismaele begraven vlakbij de Ka'aba.

De opera "Nabucco" speelt zich af aan de vooravond van het einde van het zelfstandig voortbestaan van Judea (586 voor Chr. door Nebucchadnezzar).

Akte 1.

Speelt zich af in 587 voor Chr. In Jeruzalem. Nabucco en de Assyriers belegeren de stad Jeruzalem en de joden verschansen zich in en rond de tempel van Salomon. Zaccharias de hogepriester heeft de dochter van Nabucco, Fenena, als gijzelaar te pakken. De angstige joden pept hij op en roept op tot geloof in God die hen zal bijstaan in deze ellende. Wat Zaccharias niet weet is dat Ismaele, de man die hij een oogje in het zeil laat houden over Fenena, haar vroegere geliefde is en dat vraagt natuurlijk om problemen. Ze blijken elkaar gevonden te hebben toen Ismaele nog de ambassade in Babylon leidde. Bovendien heeft Fenena zich bekeerd tot het jodendom, dit tot grote ergernis van haar vader. Plotseling staat de tempel vol met soldaten die zich een weg hebben weten te banen onder aanvoering van de oorlogszuchtige wrede Abigaile. Abigaile en Fenena zijn zussen en dochters van Nabucco. Ook zij is onsterfelijk verliefd op Ismaele. Zij stelt hem een ultimatum "of je kiest voor mij of we vermoorden alle joden hier!" Inmiddels komt een trotse Nabucco te paard aangereden. Zaccharias dreigt Fenena te vermoorden als Nabucco ook maar iets onderneemt en zet een zwaard op haar keel. Ismaele echter redt haar uit de klauwen van Zaccharias en ze vlucht in de armen van haar vader. Nu is het hek van de dam en zowel Nabucco alsook Abigaile roepen de troepen op tot moord en plundering. Onderwijl vervloeken de joden onder aanvoering van Zaccharias overloper en verrader Ismaele.

Akte 2. Babylon

We zijn in het paleis van Nabucco in Babylon. Langzaam wordt duidelijk dat Abigaile niet zo koninklijk is als we gedacht hadden. Ze is het gevolg van een one night stand van haar vader met een slavinnetje. Daarom ook krijgt Fenena, wel degelijk een koninklijke prinses, het bevel over het land als Nabucco weer eens van huis is. Dat roept om jaloezie en die blijft natuurlijk niet uit. Abigaile en Nabucco zijn de enigen die de ware herkomst van Abigaile weten en dat document heeft Abigaile weten te ontvreemden uit angst dat ze als bastaard een lachertje zou worden. Ze heeft een "compagnon-in-crime" in de Hogepriester van Baäl. Deze bazuint het gerucht rond dat Nabucco is gevallen in de oorlog en het gezag heeft overgedragen aan Abigaile. De gevangengezette hogepriester Zaccharias bevind zich ook in het paleis en we treffen hem bijbellezend aan, God smekend om om profetische gaven. Ook hem zijn de geruchten over de dood van Nabucco ter oren gekomen, maar als zowel Abigaile en de Hogepriester van Baäl hem komen vertellen dat Fenena uit de macht zal worden ontzet komt plotseling een springlevende Nabucco binnen. Hij eist van zowel Babyloniers als Joden volledige onderwerping en aanbidding. Maar zijn hoogmoed komt voor de val...plotseling wordt hij getroffen door de bliksem. Abigaile raapt snel de kroon op en verheerlijkt het rijk van de God Baäl.

Akte 3. Babylon - De hangende tuinen van Babylon

Hartstochtelijk wordt Abigaile, de nieuwbakken koningin van Babylon door haar volk toegejuicht. De Hogepriester van Baäl eist dat alle joden worden gedood, om te beginnen met Fenena! Een zienderogen verwarde, onverzorgde Nabucco probeert zijn gezag te doen gelden en komt brallend binnen. Eenmaal alleen met Abigaile probeert zij, gehaaid als ze is, hem ertoe te bewegen met een zegel het doodvonnis van de Joden en dus ook Fenena te bekrachtigen. Hij stinkt erin en eenmaal beseffend wat hij gedaan heeft, smeekt hij haar om genade, zeker als ze voor zijn ogen het geboortebewijs van haar bastaardafkomst verscheurd.
De akte eindigt aan de oevers van de Eufraat waar de opgejaagde Joden over hun droomland mijmeren (Slavenkoor), maar ook in deze troosteloze tijden is Zaccharias de reddende engel.. hij voorspelt de val van Babylon.

Akte 4. Babylon

We zijn weer in het paleis van Nabucco in Babylon. Het voorspel tot deze akte geeft in alle omvang de gemoedstoestand van Nabucco weer. Hij ontwaakt uit zijn droom en hoort de geluiden van de processie die Fenena naar haar executie begeleiden. Nabucco weet dat maar één hem kan redden.. de almachtige Jehova, de God van de Joden. Het onverwachte gebeurt, Nabucco knielt en bidt tot Jehova voor een oplossing. Eenmaal tot bezinning gekomen voelt hij zich herboren en strijdbaar als nooit tevoren en samen met de hem trouw gebleven troepen stormt hij het paleis uit. Fenena en de rest van de joden zijn in gebed verzonken. Het beeld van God Baäl valt in duizend stukken als Nabucco plotseling verschijnt. Allen danken nu Jehova. Abigaile die inziet dat ze het spel verloren heeft neemt gif en vraagt voor ze bezwijkt vergiffenis aan haar zusje Fenena. Eind goed alles goed. Lange tijd is deze laatste scène gecoupeerd op instigatie van Verdi zelf die, toen nog gelovig, wilde eindigen met de lofzang op Jehova (Immenso Jehova!) Later werd de uiteindelijk nu gespeelde opera als standaard aangehouden. Laten we niet vergeten dat Verdi zijn gezin verloor in de aanloop naar de opera die hij voor "Nabucco" componeerde. Dit terzijde.

"Nabucco", een opera die barst van religie en nationalisme, paste dus perfect in het Risorgimento. Het aandeel koorzang was in deze opera en de daaropvolgende werken waaronder "I Lombardi", onvergelijkbaar groter dan men gewend was toentertijd. Verdi werd door "Nabucco" en "I Lombardi" liefkozend door de Italianen "Padre del coro" genoemd (vader van de koorzang). Zijn redelijk unisono koor 'Va Pensiero' lijkt in veel gevallen minder op de polyfone koorzang, maar meer op een soort van samenzang zoals die in kerken werd beleefd. "Community singing" zouden de Engelsen het nu noemen. Zaccharias krijgt in zijn aandeel in "Nabucco" meestal expliciet begeleiding van koperblazers, heraldiek en volkse begeleiding. Abigaile krijgt een wat intiemere begeleiding in haar dilemma's, het grote persoonlijke drama. Fenena krijgt echter een wat lieflijkere en zoetere muzikale begeleiding. Die typische sterke karaktertekeningen in muziek zou Verdi's watermerk blijven in zijn hele oeuvre.